| |
HET SOCIAAL GEDRAG VAN DE HOND:
Waarvoor dient het?
Je verwacht van je hond natuurlijk dat hij zich in alle omstandigheden
rustig en beschaafd gedraagt. Hij mag op straat, kinderen of volwassenen
niet agressief tegemoet rennen of blaffend achterna hollen. Hij moet zich
ook rustig gedragen in het bijzijn van andere honden, groot of klein.
Dit is niet zo vanzelfsprekend als je wel denkt. Daarom is het dus absoluut
nodig de hond van jongsaf aan alle mogelijke situaties te laten wennen.
Hoe dit aanleren?
Door het feit dat er in een hondenschool in groepsverband geoefend wordt
krijgt je hond tijdens elke les, maar ook voor en na de lesuren, uitvoerig
de gelegenheid met andere mensen en met andere honden van allerhande rassen
in contact te komen. Is je hond bijzonder dominant of zelfs enigszins
agressief, dan zal de instructeur tijdens de lesuren oefeningen voorzien
die het nauwe contact tussen de honden uitlokken, zodat je regelmatig
de gelegenheid krijgt je hond te berispen of te verbeteren. Dit gebeurt
uiteraard op een zeer voorzichtige en geleidelijke manier. Je hond moet
met vreemden zonder overdreven vriendelijkheid, maar ook zonder agressiviteit
kunnen omgaan.
Welk bevel gebruiken?
Wanneer de hond neutraal reageert, moet je hem uitbundig prijzen. Is hij
agressief, straf hem dan met een flinke ruk aan de lijn en geef tegelijkertijd
met luide en boze stem het bevel "foei", "neen" of
"mag niet". Is je hond echter eerder angstig, spreek hem dan
geruststellend toe.

VOLGEN AAN DE LIJN
Waarvoor dient het?
Niets is minder prettig als te wandelen met een hond, die je in alle richtingen
sleurt. Je moet je hond dus aanleren, dat hij in alle omstandigheden,
richtings- of snelheidsveranderingen, zijn geleider moet volgen en niet
omgekeerd. Het hoofd van de hond moet hierbij steeds ter hoogte van uw
linker knie blijven. De lijn mag niet gestrekt zijn. De hond mag zich
nooit meer als 0,5 m. van je been verwijderen.
Hoe dit aanleren?
Naam van de hond en "volg" als bevel gebruiken. Wandelen met
de hond aan een lijn van minstens 1,5 m. Zolang de hond tegen je linkerbeen
blijft lopen, beloon je hem door hem vriendelijk toe te spreken en aan
te moedigen. Wanneer de hond echter trekt of zich meer dan een halve meter
van je been verwijdert, verbeter je hem met een korte maar stevige ruk
aan de lijn. Een opwaartse ruk wanneer de hond snuffelt. Een zijwaartse
ruk wanneer de hond van je weggaat. Het volgen aan de lijn vormt een van
de basisoefeningen bij de opleiding van een hond.
Welke bevelen gebruiken?
"Volg" bij het vertrekken, het veranderen van richting of wanneer
de hond achter je aan loopt.
"Dicht" of "achter" als de hond zich te ver van je
verwijdert. "foei" of "neen" als hij snuffelt of iets
vuil opraapt.

VOLGEN ZONDER LIJN
Waarvoor dient het?
Zelfde bedoeling als vorige oefening. De hond en de geleider hebben nu
meer bewegingsvrijheid, maar de hond blijft desondanks steeds onder controle
en moet elke beweging van zijn geleider volgen.
Hoe dit aanleren?
Deze oefening vloeit vanzelfsprekend voort uit de vorige. Wanneer de hond
goed volgt aan de lijn, zal hij ook goed volgen zonder lijn. Deze oefening
kan enkel geprobeerd worden met een hond die, op bevel, zonder aarzelen
terugkomt. Probeer nooit de hond te doen volgen zonder lijn indien hij
dit nog niet goed doet met lijn.
Welke bevelen gebruiken?
Alvorens met deze oefening te beginnen vraag je de aandacht van je hond
door hem aan te spreken en zonodig bij de hals te aaien. Bij het vertrek
geef je het bevel "naam van de hond" en "volg". "Dicht"
of "achter" gebruik je als de hond zich te ver van je verwijdert.
"Foei" of "neen" als hij snuffelt of iets vuil opraapt.

ZITTEN AAN DE VOET
Waarvoor dient het?
Wanneer je tijdens het volgen blijft staan, is het nuttig dat de hond
rustig naast je gaat zitten en op het volgende bevel wacht. De hond plaatst
zich, in zithouding, naast je linkerbeen en evenwijdig met je linkervoet.
Hoe dit aanleren?
Wij geven het bevel "voet" en drukken met de linkerhand op de
achterhand van de hond. Met de rechterhand trekken we tegelijk de lijn
omhoog. Zodra de hond gaat zitten wordt hij in deze houding beloond. Indien
de hond opnieuw opstaat moet dit zonder aarzelen gecorrigeerd worden.
Laat een hond, bij het zitten aan de voet niet tegen je aanleunen!
Welk bevel gebruiken?
Hier wordt enkel het bevel "voet " gebruikt.

ZITTEN OP AFSTAND
Waarvoor dient het?
Het is soms nodig de hond ergens op een bepaalde afstand van je te laten
zitten. Zelfs wanneer je weggaat moet de hond ter plaatse blijven en op
je wachten, zonder zich door iets te laten afleiden.
Hoe dit aanleren?
Dezelfde methode gebruiken als bij zitten aan de voet.
Welke bevelen gebruiken?
Naam van de hond en "zit" Indien de hond niet blijft zitten
kun je het hulpbevel "blijf" gebruiken.

AF (LIGGEN)
Waarvoor dient het?
De hond moet op bevel gaan liggen, hetzij naast je, hetzij op een door
u aangeduide plaats.
Hou dit aanleren?
Je vertrekt vanuit de zithouding. Hef de beide voorpoten van de hond lichtjes
op en trek die vooruit. Tegelijk kun je de hond lichtjes omlaag duwen
zodat hij gaat liggen. De borst en de ellebogen moeten de grond raken.
(Opgelet !! Nooit op de rug van de hond drukken).
Welke bevelen gebruiken?
Naam van de hond en "af". Wanneer de hond niet blijft liggen
gebruik dan het hulpbevel "blijf".

RECHT OF STAAN
Waarvoor dient het?
Het kan soms nuttig zijn je hond te bevelen op een bepaalde plaats te
blijven staan, bv; indien er modder of vuil op de grond ligt, wens je
meestal niet dat je hond hierin gaat zitten of liggen. De hond moet op
de aangeduide plaats blijven staan, zelfs wanneer je weggaat.
Hoe dit aanleren?
Je vertrekt best vanuit de zithouding. Je geeft het bevel "recht"
of "sta" en maakt een stap voorwaarts. De hond zal meestal onmiddellijk
rechtkomen om te volgen. Indien niet, kun je helpen door een hand onder
de buik te houden. In het begin zul je de hond bij deze houding dikwijls
moeten helpen. Wees dus niet te streng en beloon zoveel mogelijk door
de hond op de flanken te strelen. Indien de hond aanstalten maakt om terug
te gaan zitten kun je dat verhinderen door de hand of de punt van je voet
onder zijn buik te houden.
Welke bevelen gebruiken?
Naam van de hond en "recht" of "sta". Als hulpbevel
kun je tevens "wacht" gebruiken.

TER PLAATSE BLIJVEN
Waarvoor dient het?
Het is soms nuttig je hond voor enige ogenblikken op een bepaalde plaats
te kunnen achterlaten. Hij moet dan blijven in de houding, die je hem
hebt aangeduid. (Zit, recht of af).
Hoe dit aanleren?
Het is meestal eenvoudiger te starten met de lighouding. Werk steeds met
de hond aangelijnd, op deze wijze kun je de fouten van het dier gemakkelijk
verbeteren. Overdrijf, vooral in het begin, niet in duur en afstand !
Bouw de moeilijkheidsgraad van deze oefening zéér langzaam
op. Vergeet niet de hond veel aan te moedigen. Ga bij het achterlaten
van de hond steeds terug om hem op te halen. Roep hem nooit op !
Welke bevelen gebruiken?
Naam van de hond en "af" en "blijf".
"Blijf" is hier een hulpbevel dat, naargelang de vorderingen
van de hond stilaan weggelaten kan worden.

HET VOORSTELLEN VAN DE HOND
Waarvoor dient het?
Ga je met je hond naar een veearts of naar een tentoonstelling? Dan kan
het zijn dat je de tanden van de hond moet laten zien, in zijn muil moet
laten kijken of hem moet laten aanraken door een vreemde persoon. Dit
alles moet de hond zich laten welgevallen zonder agressieve reacties.
De oefening bestaat erin de tanden van de hond achtereenvolgens links,
rechts en vooraan te ontbloten. Daarna wordt de hond in staande houding
door de instructeur betast.
Hoe dit aanleren?
Voor deze oefening is het belangrijk dat je hond je volledig vertrouwt.
Terwijl je de hond geruststellend toespreekt, licht je zijn lippen op
om de tanden te ontbloten. Eerst links, daarna rechts en tenslotte vooraan.
Daarna geef je het bevel "sta " zodat de instructeur de hond
kan aanraken. Wanneer de hond zich alles laat welgevallen moet je hem
goed prijzen. Is de hond zenuwachtig of zelfs agressief, dan moet je snel
verbeteren. Wees in het begin bij jonge honden niet al te streng en vooral
nooit te hardhandig !
Welke bevelen gebruiken?
Voor het tonen van de tanden is geen bevel nodig, om de hond daarna in
staande houding te brengen gebruik je het bevel "recht" of "sta".

HET WEIGEREN VAN VOEDSEL, LOKAAS OF DRANK
Waarvoor dient het?
Voor de bestwil van de hond is het belangrijk, dat hij niet gelijk wat
opraapt en eet, gelijk waar vuil water drinkt en vooral van vreemde personen
geen voedsel of drank aanvaardt.
Hoe dit aanleren?
De instructeur biedt voedsel of water aan, maar zal naar mogelijkheid
verhinderen dat de hond het neemt. De geleider moet op het ogenblik dat
de hond aanstalten maakt om het voedsel te nemen of te drinken luid "foei"
of "mag niet" roepen. Een ruk aan de lijn moet vooral in een
beginstadia vermeden worden. Neemt hij het wel, berisp hem dan onmiddellijk.
Duld nooit uitzonderingen, ook niet buiten het oefenterrein of bij je
thuis !
Welk bevel gebruiken?
Het bevel "foei" met krachtige stem is hier het meest aangewezen.

HET TERUGBRENGEN VAN EEN VOORWERP (APPORTEREN)
Waarvoor dient het?
Deze oefening is in feite een spel tussen geleider en hond. Hierbij wordt
gebruik gemaakt van het natuurlijk instinct van de hond om zijn prooi
in de muil mee te nemen naar zijn nest.
Hoe dit aanleren?
De beste methode is dit van jongsaf, al spelende te leren. Begin hiermee
zo vroeg mogelijk. Hierbij is het belangrijk dat de hond voor een bepaald
voorwerp interesse krijgt.
Al spelende, zul je de hond eerst leren het voorwerp vast te houden. Ga
nu enkele passen achteruit en laat de hond je volgen. Hou echter je hand
onder zijn muil, zodat hij het voorwerp onder geen beding kan laten vallen.
Zodoende leer je de hond het voorwerp te dragen. Gooi het voorwerp niet
weg vooraleer de hond het kan vasthouden, dragen en teruggeven. Werk bij
deze oefening al spelende. Hou je hond echter aangelijnd om fouten onmiddellijk
te kunnen verbeteren. Gebruik bij deze oefening nooit de stropketting.
Zet de ketting uit strop of vervang ze door een lederen halsband. In het
geweld van het spelen kan het steeds gebeuren dat je, ongewild een ruk
aan de lijn geeft. Een dergelijke ruk zou door de hond kunnen geïnterpreteerd
worden als een verbod, zodat hij het voorwerp laat vallen en later niet
meer wil oprapen.
Welke bevelen gebruiken?
"Breng" of "apport" zijn de meest aangewezen bevelen.
In het begin moet men de hond natuurlijk ook aanmoedigen en lokken met
een enthousiaste stem. Het apporteervoorwerp wordt steeds aan de hond
aangeboden met het bevel "vast" en teruggenomen met het bevel
"los".

HET TERUGROEPEN VAN DE HOND
Waarvoor dient het?
Het is van het grootste belang je hond steeds onder controle te hebben.
Daardoor is het essentieel dat hij ook steeds komt wanneer je hem roept.
Hoe dit aanleren?
Werk in het begin steeds met een lange lijn, vooral wanneer je alleen
bent op een niet gesloten terrein. Doe enkele passen en geef het bevel
"zit". Zodra de hond zit, vertrek je met je rechterbeen eerst
terwijl je het bijbevel "wacht" geeft. In het begin is het voldoende
één of twee passen van de hond te verwijderen. Je kunt eventueel
zelfs achteruitgaan. Laat de hond even zitten en tel langzaam tot vijf.
Indien je onmiddellijk oproept als je je omdraait loop je het gevaar dat
de hond later niet op het bevel zal wachten en steeds komen van zodra
je stilstaat.
Roep de hond op door middel van zijn naam gevolgd door "kom hier".
Indien hij niet komt blijf je lokken terwijl je met de lijn de hond langzaam
naar je toe haalt. Ga nooit achter de hond aan als hij van je weggaat.
Als de hond bij je is beloon je hem uitbundig. Lijn hem daarna niet onmiddellijk
aan of sluit hem niet op, maar speel met hem, zodat hij komen associeert
met iets prettigs. Bouw tijdens de dagelijkse oefeningen de afstand en
de duurtijd tussen jezelf en de hond geleidelijk op.
Welke bevelen gebruiken?
Gebruik steeds het bevel "wacht" om je hond achter te laten
(niet verwarren met "blijf" dat gebruikt wordt wanneer men de
hond achterlaat met de bedoeling hem nadien zelf op te halen).
Gebruik "kom hier" om de hond naar u toe te roepen
|
|